Aanbevolen post

Met pijn in mijn hart...

Mijn laatste blogpost dateert van 23 oktober jl. In de vier weken volgend op die 23 oktober is er het nodige gebeurd in mijn leven. Ik heb d...

donderdag 20 juli 2017

Een halve dochter...

Dit keer geen blogpost van eigen hand, maar een stuk geschreven door Wisanne van 't Zelfde, masterstudent Journalistiek en Media aan de Universiteit van Amsterdam. naar aanleiding van het verschijnen van de rapportage van het Centraal en Cultureel Planbureau (mei 2017) over de positie van transgender personen in Nederland. Uit dat rapport komt naar voren dat transgenders het lastig hebben op de arbeidsmarkt en op de arbeidsvloer. Dit geldt met name voor transvrouwen. Wisanne besloot hier een artikel aan te wijden door een transgender te interviewen over zijn/haar ervaringen op de werkvloer. Ik was een paar weken geleden reeds geïnterviewd door een journaliste van Trouw naar aanleiding van de rapportage van het SCP en Wisanne had mijn naam gekregen van deze journaliste. Het artikel van Wisanne heeft een wat afwijkende vorm: is vooral verhalend geschreven. Ik vind het persoonlijk een heel mooi verhaal geworden, waarbij ik regelmatig een traantje moest wegpinken, zo terugkijkend op mijn leven...


Een halve dochter
Wisanne van ’t Zelfde

Remke Verdegem (1959) kijkt op haar horloge. Het is 6 uur. Tijd om naar huis te gaan, weet ze. Ze zit al sinds kwart over 7 in haar kantoor van het Nationaal Archief in Den Haag. Ze is alleen. Haar collega Yvette Hoitink (1975), die aan het bureau tegenover haar zit, is allang naar huis. Terug naar haar gezin, naar haar privéleven. Maar het privéleven van Remke speelt zich af op kantoor. Dat is de plek waar ze zichzelf kan zijn. Remke staat op. Ze kijkt in de spiegel. Twee opgemaakte ogen kijken terug.
Remke steekt het plein bij Den Haag Centraal over en loopt naar de trein die haar naar haar huis in Zoetermeer zal brengen. Korte tijd later staat ze voor haar voordeur. Ze diept haar sleutel op uit haar broekzak. Nog even kijkt ze naar haar paarse nagellak. Paars is haar lievelingskleur. Terwijl ze de deur opent, luistert ze scherp. Behoedzaam stapt ze naar binnen. Vanuit de slaapkamers van haar zoon en dochter klinkt muziek. Dan is de kust veilig. Remke rent de trap op, de badkamer in, doet de deur op slot. Weer gelukt.
Ze kijkt in de spiegel. Twee opgemaakte ogen kijken terug. Uit het badkamerkastje pakt ze make-upremover. Nog een keer kijkt ze in de spiegel. Dan veegt ze met snelle halen haar gezicht schoon. De nagellak laat zich wat lastiger verwijderen. Remke poetst door. Het moet eraf. Eraf. Als ze klaar is, kijkt ze in de spiegel. Twee verdrietige ogen kijken terug. Ze opent de badkamerdeur. Precies op dat moment stapt haar zoon uit zijn slaapkamer. “Hé, papa!”

Toen Remke geboren werd, wisten haar ouders niet dat zij een meisje was. Ze lieten haar inschrijven als Remco Verdegem. Zelf wist Remke het maar al te goed. Ze was niet zo stoer als haar twee broers. Niet dat ze dat wilde zijn. Wat had ze daaraan? Zij had interesse in heel andere dingen. Maar Remke vertelde niemand dat ze een meisje was. Zelfs niet aan haar moeder, die haar altijd heel subtiel wees op radio-uitzendingen over transgenders. Toen Remke rond haar twintigste verkering kreeg met een meisje, vertelde ze over haar voorliefde voor vrouwenkleding. Begreep haar vriendin haar? In ieder geval vond ze het goed dat Remke af en toe naar een verenigingsavond van Transseksualiteit en Travestie ging. 
In 1979 startte Remke met een opleiding Andragologie aan de Universiteit van Amsterdam. Wat dat is? De leer van het begeleiden van volwassenen naar autonomie. Na een ICT-studie ging Remke aan de slag bij de ICT-afdeling van het Nationaal Archief. Een echte mannenwereld. Jacqueline Slats (1963), haar leidinggevende, had na een jaar of tien door dat Remke eigenlijk geen man was. Zelfs al stelde ze zich voor als Remco en was ze kalend. Make-up. Heel subtiel. Maar toch. Make-up. Schoenen met hakken. Geen hoge hakken. Maar toch. Hakken. 
Jacqueline ging vragen stellen. Lastige vragen. Nu tien jaar geleden. En toen vertelde Remke het. Dat ze wel een man is, maar toch houdt van make-up en vrouwenkleding. Dat haar twee kinderen haar wel als papa zien, maar dat ze nooit zichzelf kan laten zien aan hen. Dat ze iedere dag de trap op rent naar de badkamer. Stiekem, zodat de kinderen haar make-up niet zien. Voor de kinderen is ze papa. En dat wil ze zo graag blijven. Voor hen.
My god, hoe vermoeiend moet dat zijn, dacht Jacqueline. Twee levens in één leven. Twee identiteiten in één lichaam. Een dubbelleven. Jacqueline wist niet veel over transgenders. Ze kende er niet een, behalve Remke dan nu. Maar Jacqueline leerde veel bij. Remke hield haar mond tegenover haar ouders, haar broers, haar kinderen. Om hen te beschermen. En uit angst. Angst voor afwijzing. Maar met Jacqueline kon ze goed praten. 
Natuurlijk zagen haar collega’s ook de nagellak van Remke. En de make-up. Ook Yvette Hoitink. En toch had ze niet door dat de Remco die ze kende eigenlijk een vrouw wilde zijn. Die make-up, het hoorde bij hem. En ze accepteerde dat. Zonder er over na te denken. 
Ongeveer vijf jaar geleden had ze een gesprek met een collega. Over transgenders. Yvette vertelde dat ze geen transgenders kende. “Maar je kent Remco toch?”, riep de collega uit. “O, vandaar die nagellak en oogschaduw”, zei Yvette. Ze had er gewoon nooit bij stilgestaan. En zo ging Remkes transitie door, eigenlijk zonder dat iemand het in de gaten had. 
In 2009 kregen alle werknemers een cursus over sociale media. En de opdracht een blog te beginnen. Remke blogde mee. Eerst over haar digitale activiteiten en haar jeugdliefde die contact met haar had opgenomen. Daarna over haar onzekerheid. Haar gevoel anders te zijn. Haar gevoel transgender te zijn. Haar gevoel een vrouw te willen zijn. Collega’s volgden haar blog. En snapten toen dat de Remco die ze kenden eigenlijk geen Remco was. Maar Remke, ook al hadden ze toen nog nooit van die naam gehoord.
Steeds vaker liet Remke haar mannenkleding in de kast hangen en kwam in genderneutrale kleding naar haar werk. Een skinny jeans. Een truitje, waarvan je niet kon zeggen of het voor een vrouw of voor een man was gemaakt. Langzaamaan maakte de skinny jeans plaats voor een rokje. De cowboyschoenen werden vervangen door sandaaltjes. Iedere ochtend kwam Yvette Remke tegen in het damestoilet. Draaiend voor de grote spiegel. Keurend. “Hoe staat me dit?”, vroeg ze dan aan Yvette. 
De meeste collega’s reageerden positief op de transitie van Remke. Een mannelijke collega verscheen plotseling ook met nagellak op het werk. “Waarom doe je dat?”, vroeg Jacqueline. “Voor Remco, een beetje mental support”, was het antwoord. Een andere man stapte op Remke af. “Jeetje, wat tof dat jij jezelf durft te zijn. Ga daar mee door.” Collega’s van wie een kind transgender is, vroegen Remke om advies.
En toch. Zoals in iedere organisatie waren er ook collega’s die de situatie moeilijk vonden. Een mannelijke collega zei tegen Jacqueline dat het toch echt niet kon. Een opgemaakte man met een kaal hoofd. Wat moesten de relaties daarvan denken. “Dat vind ik echt jouw probleem”, antwoordde Jacqueline. “En ik ga er ook niets mee doen.” Sommige collega’s vonden het ongemakkelijk. Praat er dan met Remco over, was Jacquelines advies. 
Het enige wat Jacqueline echt moeilijk vond, was een collega die er lacherig over deed. Hij noemde Remke een vreemde vogel. “We zijn toch allemaal vreemde vogels”, zei ze tegen de betreffende collega. “Jij net zo goed.” Met Remke besprak ze deze reacties niet. De negatieve reacties waren toch maar op één hand te tellen. 
Uiteindelijk besloot Remke een pruik te dragen. En toen was ze helemaal vrouw. Het plaatje klopt nu, dacht Yvette. Op haar blog organiseerde Remke een prijsvraag. Wie bedacht haar nieuwe naam? De naam moest wel op Remco lijken. En zo werd het Remke. Moeilijk voor Yvette, wier man Remco heet. Die naam ligt altijd voorin haar mond. Maar ze doet haar best. Net als haar collega’s. De meeste dan. Als tweede naam koos Remke Charlotte, naar haar overleden moeder. De moeder die op jonge leeftijd overleed en nooit geweten heeft dat ze een dochter heeft. Maar misschien toch wel. Moeders weten alles.
Ook voor Remke zelf was het even wennen. Vrouw zijn. Samen met Yvette liep ze naar een restaurant vlakbij kantoor. “Wat heb ik het toch koud”, zei Remke. “Ja, dat komt omdat je nu vrouw bent, vrouwen hebben het altijd koud”, was Yvettes antwoord. Dat kan toch niet, dacht Remke hardop. Alleen omdat ik nu rokjes draag en make-up op heb? Yvette keek haar aan. “Maar je slikt nu toch hormonen?” 
Voor haar collega’s was ze Remke. Maar haar vader noemde haar nog steeds Remco. Omdat hij geen Remke kende. Daarom belde Remke op een lentedag in 2014 haar vader, die al in de tachtig was, op. Ze spraken af om te lunchen. Die ochtend kleedde Remke zich als zichzelf. Enkellaarsjes met kleine hakjes, sieraden, make-up, nagellak. Zodat ze niet in de verleiding zou komen niets te zeggen tegen haar vader. Zodat er geen weg terug meer zou zijn. Zenuwachtig drukte ze op de bel naast de voordeur. Haar vader deed open. “Hallo Remco, kom binnen.”
Ze dronken koffie. Remke was nerveus. Zag hij niets aan haar? Blijkbaar niet. Tot het moment dat ze zijn nieuwe telefoon van hem aanpakte. “Je draagt nagellak.” En zo vertelde Remke haar verhaal. Over haar jeugd, waarin ze met niemand kon delen dat ze liever een meisje wilde zijn. Over haar liefde voor nagellak, vooral voor paarse nagellak. Over haar eenzaamheid, maar ook over de steun die ze kreeg op haar werk. En haar vader luisterde. Hij was verbaasd. Had nooit iets gemerkt.
Maar het maakte voor hem geen verschil, zei hij. En ze had het best eerder mogen vertellen. Zo ruimdenkend was hij echt wel. Remke hoorde hem aan. Allerlei gevoelens vochten om voorrang. Opluchting. Verbazing. Vreugde. “Eigenlijk”, vertrouwde hij haar toe, “heb ik altijd al een dochter willen hebben. En nu heb ik een halve dochter.”  

Remke Verdegem kijkt op haar horloge. Het is 5 uur. Tijd om naar huis te gaan, weet ze. Ze zit sinds half 9 in haar kantoor van het Nationaal Archief in Den Haag. Tegelijk met haar collega’s gaat ze weg. Terug naar haar dochter, die bij haar woont sinds ze scheidde van haar vrouw. Terug naar haar privéleven. Thuis. Daar speelt zich het privéleven van Remke af. Dat is de plek waar ze zichzelf kan zijn. Remke staat op. Ze kijkt in de spiegel. Twee opgemaakte ogen kijken terug.
Remke steekt het plein bij Den Haag Centraal over en loopt naar de trein die haar naar haar huis in Alphen aan den Rijn zal brengen. Korte tijd later staat ze voor haar voordeur. Ze diept haar sleutel op uit haar broekzak. Nog even kijkt ze naar haar paarse nagellak. Paars is haar lievelingskleur. Terwijl ze de deur opent, luistert ze of ze haar dochter hoort. Vanuit de slaapkamer van haar dochter klinkt muziek. Remke loopt de trap op. Precies op dat moment stapt haar dochter uit haar slaapkamer. Remke lacht naar haar. “Wat vind je van de rok die ik vandaag draag?”

zaterdag 10 juni 2017

Naar aanleiding van het aanvragen van een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Loyalis heb ik een hele waslijst aan (medische) vragen moeten beantwoorden. Dat heb ik netjes een week of twee geleden gedaan. Toen vandaag een enveloppe van Loyalis op de deurmat plofte dacht ik: dat zal de polis zijn. Het is geregeld, mooi.
Niets bleek minder waar! Naar aanleiding van mijn ingevulde vragenlijst blijkt Loyalis zeer geïnteresseerd in mijn rugklachten (in de afgelopen 40 jaar ben ik 4 of 5 keer bij een fysiotherapeut geweest), in mijn 'transgenderschap' (ja, serieus, dat woord werd door hen gebezigd) en in mijn psycho-mentale problemen (nooit geweten dat ik die had! En daar heb ik ook zeker geen melding van gemaakt in die vragenlijst). Was getekend, de adviserend geneeskundige van Loyalis!?
Ik wist niet wat ik las: mijn transgender-zijn werd letterlijk aangeduid als een ziekte, een aandoening, een gebrek of een klacht! Was die adviserend geneeskundige van Loyalis nu helemaal gek geworden. In welke eeuw denkt die meneer (ik weet dat het een meneer is) dat we leven?  En waar haalt deze figuur het recht vandaan om mijn transgender-zijn te duiden als een ziekte, een aandoening, een gebrek of een medische klacht? Waarschijnlijk beschouwt Loyalis homoseksualiteit ook nog als een ziekte. Als klap op de vuurpijl word mij gevraagd aan te geven sinds wanneer ik 'deze aandoening' heb??? Weet deze adviserend geneeskundige dan echt niet dat de kern van transgender-zijn is dat je bent geboren in het 'verkeerde' lichaam en dat het niet iets is dat je in de loop der jaren opdoet als ware het een verkoudheid of een zomergriepje.
Ik ben boos, teleurgesteld en verdrietig over zoveel onbegrip en onwetendheid bij deze verzekeraar en dan met name bij deze persoon die door moet gaan als adviserend geneeskundige en die mijn dossier moet beoordelen. Dit deelaspect van mij - ja, ik ben een transgender, maar ik ben op de eerste plaats een mens - wordt nu ten onrechte gemedicaliseerd. Het transgender-zijn heeft helemaal niets van doen met het risico arbeidsongeschikt te worden. Deze vragen worden - naar ik verwacht - toch ook niet gesteld aan cisgenders? Ja, meneer de adviserend geneeskundige, zoek op Google maar op wat dat woord betekent!
En tenslotte wenst deze adviserend geneeskundige, wiens naam ik uit respect niet zal noemen, dat ik hem machtig om contact op te nemen met mijn huisarts, mijn bedrijfsarts en mijn behandelend specialist. Ik heb werkelijk geen idee aan welke specialist wordt gerefereerd, maar dat terzijde. Ik ga maandag eerst maar eens bellen met Loyalis en het liefst wil ik de betreffende adviserend geneeskundige spreken. Gelukkig heb ik de zondag om weer kalm te worden, want op dit moment ben ik echt boos en dat overkomt mij niet snel!

Liefs Remke xxx

zondag 4 juni 2017

Na onze studiereis naar San Francisco en Palo Alto eind maart, was het plan om de resultaten van die studiereis terug te koppelen naar de rest van het personeel van het Nationaal Archief op een zogenoemde 'maandagochtend presentatie' die van 9 tot 10 uur zou plaatsvinden. We hadden alle vier ons eigen deel van de presentatie voorbereid en die betreffende maandagochtend zouden we de vier presentaties integreren. Onze directeur stelde voor om extra vroeg (rond 8:15 uur) bij elkaar te komen om dat te doen. Hij keek ons aan aan en vroeg mij of dat een probleem was. Nou nee, antwoordde ik, want dan zit ik normaliter al een uur achter mijn bureau. Op de vervolgvraag van de directeur hoe laat ik dan in de middag naar huis ga, moest ik even nadenken. Niet omdat ik het antwoord niet wist, maar meer omdat ik niet wist of ik dat antwoord wel wilde delen. Na een korte aarzeling gaf ik aan rond 17. 30 - 17:45 naar huis te gaan.
Het uitspreken hiervan ten overstaan van mijn collega's was wel een soort van wake-up call. Hoe heb ik het zo ver kunnen laten komen? Ik ben weliswaar geen psycholoog, maar de verklaring is niet al te ingewikkeld: ik heb mezelf jaren op mijn werk gestort om maar vooral niet het hoeven 'voelen'. De gevoelens van frustratie, verdriet en onmacht wilde ik niet toelaten tot mezelf, omdat ik niet kon instaan voor de gevolgen. En dan is werk, en ik heb nog een leuke baan ook, een prima bezigheid om mij volledig op te storten. Ik maak inderdaad lange dagen: ik ga vroeg naar mijn werk, blijf lang hangen, kom laat thuis, schuif aan tafel aan voor het avondeten en rond 22:00 uur zoek ik mijn bed op, want om 5:45 uur gaat de wekker weer. Een prima aanpak om mijn gevoelsleven onder controle te houden. Want laten we wel wezen, dat heb ik best lang volgehouden (een jaartje of 30), maar uiteindelijk laten die gevoelens zich niet voor eeuwig onderdrukken; de vulkaan begon te borrelen en ik kon uiteindelijk niet anders dan mijn ware gevoelens geleidelijk aan de ruimte te geven. Ik gaf ze bij wijze van spreken een vinger, maar ze namen mijn hele hand, wat zeg ik, beide handen. En de vrouwelijke hormonen die ik inmiddels was gaan slikken kozen overduidelijk partij voor mijn ware gevoelens, die via de uitbarstende vulkaan naar buiten werden geschoten, ongecontroleerd. Een kennis van mij sprak gekscherend over 'weekmakers', want inderdaad, door die vrouwelijke hormonen kan ik sindsdien de waterlanders maar met moeite binnen houden en dat is prima. Ik heb lang genoeg mijn gevoelens weggedrukt.
Ik probeer sinds kort mijn leven wel te beteren door normale werkdagen te draaien van 9 uur (ik werk 4x9 uur). Niet dat dat direct slaagt, maar vorige week lukte het mij zowaar om de werkdagen te beperken tot 9:15 uur en 9:30 uur  ;-)
En afgelopen donderdag heb ik zelfs mijn werklaptop op mijn werk achtergelaten; dat doe ik anders nooit. Kortom, ook deze transitie geef ik langzaam aan handen en voeten. Ja, ik was/ben een workaholic, maar nu ik weet wat daar achter zit, kan ik er beter mee omgaan en het langzaam afbouwen en een begin maken met het genieten van het leven als Remke. En dat is best nog een hele opgave, want de weg van Remco naar Remke was een lange en een moeizame, maar de weg van workaholic naar levensgenieter is zeker niet korter, al ga ik mijn stinkende best doen deze weg wel sneller af te leggen. En als hardloper moet dat toch lukken ;-)

Veel liefs,  Remke xxx

vrijdag 12 mei 2017

Zo lief...

Maandag 8 mei jl. ben ik geïnterviewd door dagblad Trouw naar aanleiding van het uitkomen van een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, waaruit blijkt dat het aantal wijzigingen in geslachtsregistratie sterk is toegenomen, maar dat transgenders nog altijd een kwetsbare groep zijn: transgenders zitten vaker dan gemiddeld zonder baan en hebben gemiddeld een laag inkomen. Dagblad Trouw had mijn naam doorgekregen van Transgenders Netwerk Nederland, waar ik ambassadeur ben, en wilde van mij weten hoe ik mijn transitie heb aangepakt en hoe mijn omgeving, zowel privé als zakelijk, daarop heeft gereageerd. De neerslag van het interview, dat dinsdag 9 mei uitkwam, vind je hier: https://www.trouw.nl/samenleving/forse-toename-van-het-aantal-transgenders~a744689c/
Hoe het mij in mijn privéleven is vergaan, dat hebben jullie in mijn blogposts kunnen lezen. Met mijn werkomgeving, te weten het Nationaal Archief in Den Haag waar ik als IT'er werkzaam ben, heb ik het enorm getroffen: mijn collega's hebben mij gesteund in mijn proces;  nooit heb ik een onvertogen woord gehoord, integendeel. Ik moet er wel bij zeggen dat ik mijn collega's deelgenoot heb gemaakt van mijn transitie: zij hebben mij geleidelijkaan zien veranderen van Remco, hun 'mannelijke' collega in Remke, hun vrouwelijke collega. En nieuwe collega's weten natuurlijk niet beter. Die komen af en toe in oude stukken nog wel de naam Remco tegen en zullen vermoeden dat ik ooit als Remco door het leven ging. 
Toen ik de woensdag nadat Trouw was uitgekomen naar beneden ging om een cappuccino te bestellen - we hebben in de hal bij onze ingang een koffiebar die wordt gerund door vrijwilligers - werd ik enthousiast ontvangen door de dienstdoende vrijwilligster die eerst tegen mij zei:"Een cappuccino nietwaar? Om vervolgens te zeggen: "U stond gisteren in de krant hè?" Dat kon ik alleen maar bevestigend beantwoorden. Vervolgens zei deze dame tegen mij dat zij het zo leuk en moedig vond dat ik als transgender en als iemand die zij kende, in de krant stond dat zij daarom een cadeautje voor mij had gekocht. Een toilettastje met verschillende beauty producten. Ik stond perplex. Wat vond ik dat ontzettend lief van deze mevrouw, die mij overigens alleen kent van de cappuccino's die ik dagelijks beneden bestel. Mijn dag kon niet meer stuk! Wat was dat een lief gebaar!!!

Liefs, Remke xxx

zaterdag 6 mei 2017

Te vroeg geboren...

Ik moet de laatste tijd regelmatig denken aan het prachtige liedje 'Laat me' van Ramses Shaffy. De eerste zinnen van de songtekst luiden alsvolgt: "Ik ben misschien te laat geboren, of in een land met ander licht. Ik voel me altijd wat verloren, al toont de spiegel mijn gezicht."
Ik word altijd een beetje melancholisch wanneer ik dit liedje hoor, omdat het zo herkenbaar is. Ik ben weliswaar niet te laat geboren, eerder te vroeg. Maar ik voel mij wel regelmatig een beetje verloren in een wereld die toch vooral denkt in of man of vrouw, kortom, heel binair. En natuurlijk heb ik reuze mijn best gedaan om mij aan dat concept aan te passen, maar daarin ben ik slechts ten deel geslaagd. De buitenwereld ziet mij doorgaans als een vreemd fenomeen, al moet ik zeggen dat de houding jegens transgenders best ten goede is gewijzigd ten opzichte van een aantal jaar geleden. En wellicht juist daarom heb ik het gevoel niet te laat maar juist te vroeg te zijn geboren, namelijk in een tijd dat het woord 'transgender' niet eens bestond en transseksuelen elkaar opzochten in 'schimmige' achterkamertjes van de toenmalige NVSH, de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorimg. Het taboe op transseksualiteit was zo groot dat menig transseksueel er alles aan deed om zijn of haar ware gevoelens tot de andere sekse te behoren, zorgvuldig verborgen hield en alleen in de veilige omgeving van de verenigingsavonden voor die gevoelens durfde uit te komen. En ik kan het weten, want ik ook heb een tijd de T&T avonden bezocht en wel in Utrecht, toentertijd op de Wittevrouwensingel (what's in a name ;-) ).
Hoe anders is het tegenwoordig! Bij kinderen met genderdysforie, zoals de 'aandoening' officieel heet, wordt die diagnose veel eerder gesteld en kan worden overwogen de puberteit via medicatie uit te stellen, waardoor zij op een leeftijd van 18 jaar zelf kunnen besluiten waar hun hart ligt. Ik heb die optie nooit gehad met als gevolg dat de zogenoemde secundaire geslachtskenmerken bij mij alle ruimte hebben gekregen om zich te manifesteren. Vooral het lager worden van de stem is een onomkeerbare ontwikkeling, waar ik dagelijks mee word geconfronteerd. Tijdens telefoongesprekken word ik standaard met 'meneer' aangesproken en om iedere keer uit te leggen dat ik een mevrouw ben, gaat op een gegeven moment ook best tegenstaan. Gedane zaken nemen echter geen keer, dus ik zal hiermee moeten leren leven. Om in stijl met Ramses af te sluiten: "Laat me, laat me, laat me mijn eigen gang maar gaan. Laat me, laat me, ik heb het altijd zo gedaan."

Liefs, Remke xxx

vrijdag 14 april 2017

Mijn top 5 citaten...

Ik maak graag gebruik van citaten, omdat achter veel citaten een hele wereld schuilgaat, een wereld die je dan niet hoeft te beschrijven. Door stil te staan bij een bepaald citaat en er mijn gedachten over te laten gaan, word ik weer op andere gedachten gebracht en stel ik af en toe mijn mening bij. Ik zou een boek kunnen schrijven naar aanleiding van de vele citaten waar ik de afgelopen jaren gebruik van heb gemaakt, maar daar zal ik jullie niet mee vermoeien. Ik heb wel een top 5 samengesteld van citaten die mij nu nog steeds zeer aanspreken, omdat zij mij persoonlijk raken.

Op nummer 5 staat een citaat dat ik in november 2016 tegenkwam in een gezellig eetcafé in Tilburg, waar ik een meet&greet had met een naamgenote, de Tilburgse Remke. In dat eetcafé hing aan de muur: "Wees altijd een eerste klas versie van jezelf in plaats van een tweederangs versie van een ander." Een op het eerste oog zo vanzelfsprekende uitspraak, maar als je er iets langer over nadenkt, is de conclusie wellicht dat je soms minder jezelf bent dan je zou willen.  Als ik naar mezelf kijk, moet ik vaststellen dat ik erg lang het leven van een 'ander' heb geleid. Niet zozeer qua karakter (wat dat betreft ben ik gewoon mezelf gebleven), maar vooral naar anderen toe. Ik paste mij aan aan wat anderen verwachten van een jongen, van een man. Ik heb mezelf anders voorgedaan, puur om te overleven, om het mezelf niet nog lastiger te maken. Dat een dergelijke houding uiteindelijk gaat knellen, is duidelijk en dat is precies de reden dat ik een paar jaar geleden het roer heb omgegooid en ik op zoek ben gegaan naar die eerste klas versie van mezelf. Of ik die versie ook daadwerkelijk heb gevonden, dat laat ik graag aan anderen over.

Nummer 4 sluit hier uitstekend op aan: "Het mooiste wat je kunt worden is jezelf." Uiteindelijk is dat waar alles om draait; jezelf worden of jezelf zijn. Dit impliceert voor mij ook 'mezelf accepteren', inclusief mijn imperfecties en tekortkomingen. Die heb ik plekjes gegeven in mijn leven en die laat ik vooral niet mijn leven gaan bepalen. Het is voor mij bijvoorbeeld heel makkelijk om te blijven hangen in een klaagzang: ja, bij de geboorte het verkeerde lichaam meegekregen en dan ook nog eens op jonge leeftijd mijn haar verliezen. Tuurlijk, er is altijd wel iets om over te klagen. En natuurlijk heb ik ook heus wel eens de pest in dat ik met dat rare mannenlichaam zit opgescheept, maar ik zie altijd wel weer de positieve kanten ervan in: ik kan nu eindelijk mezelf zijn, ja met alle ongemakken van dien, maar wel geheel mezelf en dat ik het mooiste dat ik mezelf ooit cadeau heb gedaan.


Op nummer 3 staat: "Walk a mile in my shoes, then see what I see, feel what I feel, THEN maybe you'll understand why I do what I do. Until then,... DON'T JUDGE ME." Dit citaat kan mij nog altijd heel erg emotioneren en roept zowel positieve gevoelens als gevoelens van boosheid en verdriet op. Zonder nu direct te willen generaliseren, kan ik niet anders dan concluderen dat er nog altijd een (grote) groep mensen is, die meent anderen te moeten beoordelen en te veroordelen, zonder deze groep anderen goed te kennen. Of het nu gaat om anderen met een andere geloofsovertuiging, met een andere huidskleur, met een andere beleving van sekssualiteit of zoals in mijn geval met de aandoening 'genderdysforie'. Waarom? Waarom is de tolerantie soms zo ver te zoeken? Verplaats je nu eerst eens in die ander: 'walk a mile in her of his shoes'. Als ik het op mezelf betrek, dan is helaas de observatie dat er nog altijd mensen zijn die mij maar een vreemd verschijnsel vinden en vervolgens menen dat zij dat ook mogen uiten al dan niet in mijn directe nabijheid. Geen idee wat deze mensen bezielt!? Ze geven in ieder geval blijk van een volledig gebrek aan empathisch vermogen. Gelukkig kom ik veel meer mensen tegen die mij wel gunstig zijn gezind.


We komen in de buurt van mijn meest favoriete citaat, maar eerst nummer 2: "I love the person I've become, because I fought to become her." Dit citaat behoeft eigenlijk geen nadere toelichting: ik heb een heel groot deel van mijn leven (ruime 50 jaar) geworsteld met mijn identiteit, op zoek naar antwoorden op ingewikkelde levensvragen, waarvan het antwoord mij soms angst inboezemde. Maar als je dan uiteindelijk na al die jaren van stijd jezelf hebt gevonden, beter, jezelf hebt veroverd op jezelf, ja dan mag ik met een gerust hart zeggen dat ik heel blij ben met de persoon die ik nu ben, Remke.


En dan op nummer 1 (op de achtergrond licht tromgeroffel) vinden jullie echt met een straatlengte voorsprong de oneliner van Loesje: "Transgender, niet omdat ik anders wil zijn, maar omdat ik mezelf wil zijn." Mensen die mij een beetje kennen, weten dat ik er niet van houd om in het middelpunt van de belangstelling te staan, integendeel. Laat mij maar lekker op de achtergrond, daar voel ik mij het meest op mijn gemak. Gedurende een heel groot deel van mijn leven heb ik mij die instelling kunnen permitteren. Echter met het uit de kast komen als transgender, was het stante pede gedaan met mijn leventje op de achtergrond. Vanaf dat moment stond en sta ik in het - door mij zo verfoeide - middelpunt van de belangstelling. Waar ik kom, kijken mensen naar mij. Of het nu op een verjaardagsfeestje, de trein, een winkel of gewoon op straat is: ik val op. In het begin vond ik dat best moeilijk, maar nu ben ik er volledige aan gewend. Tja, ik ben nu eenmaal anders dan anderen, het zij zo. Niet omdat ik anders wíl zijn, maar omdat ik mezelf wil zijn.

Liefs, Remke xxx

dinsdag 4 april 2017

Fashionista, moi?

Toen Nancy mij vroeg of ik het leuk zou vinden om een stukje te schrijven op haar website voor de column: "Styled by..." heb ik toch wel even moeten nadenken, want... heb ik eigenlijk al wel een eigen kledingstijl? Het is immers slechts een jaar geleden dat ik van de ene op de andere dag al mijn mannenkleding in zakken heb gedaan en aan een goed doel heb geschonken. Ik had natuurlijk wel al wat dameskleding in de kast hangen, want we hebben in Nederland het gezegde: niet je oude schoenen weggooien vooraleer je nieuwe hebt gekocht. Maar om nu te zeggen dat ik al direct een beeld had van wat mijn eigen kledingstijl zou zijn, nou nee. Die moest ik immers nog ontdekken en ontwikkelen. In de maanden die volgden heb ik mijn damesgarderobe langzaam (en soms wat minder langzaam) uitgebouwd. Dat ging vanzelfsprekend gepaard met vallen en opstaan, met andere woorden, met de nodige miskopen. Maar op die manier ben ik er wel geleidelijk aan achtergekomen wat ik leuk vind en wat niet, wat mij staat en wat niet, maar ook welke kleuren ik goed kan hebben en welke juist niet. Want ja, iets kan er aan de kleerhanger of bij een ander leuk uitzien, maar dat wil nog niet zeggen dat het aan mijn lijf ook leuk staat. Zo vind ik jurkjes erg leuk, maar daar gooit mijn mannenlijf veelal roet in het eten: ik ben lang, slank, hoekig, voor een vrouw breedgeschouderd en ik mis helaas een taille. Mijn figuur laat zich het best omschrijven als recht en dan lijken jurkjes al snel op hobbezakken. Maar zo heeft natuurlijk iedereen wel iets aan te merken op haar of zijn figuur.  Gelukkig heb ik desondanks een paar jurkjes kunnen scoren, die wel goed zitten. Ook rokjes vind ik heerlijk om te dragen: strakke rokjes, korte rokjes, middellange rokjes, A-lijn rokjes, etc. Wellicht speelt daarin mee dat ik het dragen van rokjes en jurkjes heel lang heb moeten uitstellen en dat ik die verloren tijd nu tracht in te halen. Om mijn kledingstijl verder te verfijnen heb ik heel veel gekeken naar wat andere vrouwen dragen en met name hoe zij combineren, zowel qua kleur als qua kleding. Daar heb ik best veel van geleerd. En geleidelijk aan is zo mijn eigen kledingstijl ontstaan, die ik zou omschrijven als vrouwelijk, vlot en casual , maar af en toe ook wel als netjes of gekleed, als de omstandigheden daar om vragen. Ik houd overigens wel goed in de gaten dat ik mij niet ' te jong' kleed: ik wil niet aangemeld worden voor het programma 'Hotter than my daughter". By the way, ik heb een dochter van 19 jaar, dus ik heb een prima referentiepunt. Ik doe daar overigens niet al te ingewikkeld over. Als ik iets leuk vind en als ik zelf van mening ben dat het ook past bij wie ik ben en hoe ik mij voel, dan zal ik niet schromen om het te kopen. Zo heb ik een heel leuk zomers spijkerhesje, waarbij een heel klein reepje van mijn buik te zien is. Er zijn mensen die vinden dat dat niet meer kan gezien mijn leeftijd, maar ik ben het daar niet mee eens. Is mijn (kleding-)stijl daarmee 'af'? Nee, een stijl is natuurlijk nooit af en loopt parallel aan de ontwikkeling die je als persoon doormaakt. Er zit nog een stukje Remco in mij en mijn vrouw-zijn is nog niet tot volle wasdom gekomen. Dat zal zich mede uiten in mijn kledingstijl. En last, but not least, onvermijdelijk is dat ook het ouder worden van invloed zal zijn op mijn kledingkeuze en -stijl en dat is natuurlijk prima. Mijn motto: pluk de dag, of je nu jong bent of niet meer zo piep!

Liefs, Remke xxx

;;